HUISVESTING POOLSE WERKNEMERS IN WONING MAG

Dat oordeelde de voorzieningenrechter van de Rechtbank Groningen in een uitspraak van 5 augustus 2010. De gemeente had een eigenaar van een woning aangeschreven om de bewoning van een pand te staken. In het pand waren tien Poolse werknemers gehuisvest. Volgens de gemeente was er sprake van strijd met het bestemmingsplan. Het gebruik van de woning werd door de gemeente aangemerkt als logies. De planvoorschriften staan logies echter niet toe. Verder zou de huisvesting van meer dan één afzonderlijk huishouden niet zijn toegestaan. De gemeente wees er verder op dat in het kader van de gemeentelijke samenwerking locaties zijn aangewezen voor de grootschalige huisvesting van werknemers in de Eemshaven.

Van de bewoners was niemand ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie als bewoner.

 

De eigenaar had schorsing verzocht van het dwangsombesluit. De eigenaar stelde zich op het standpunt dat er geen sprake is van een overtreding van de voorschriften van het bestemmingsplan omdat de woning wordt verhuurd voor woondoeleinden. Het begrip “wonen” was niet gedefinieerd in het bestemmingsplan. De eigenaar verwees naar een vergelijkbare zaak waarin de Raad van State oordeelde dat onder de term “wonen” in het bestemmingsplan diverse uiteenlopende vormen van huisvesting zijn begrepen. Hierbij werd relevant geacht dat de term “wonen” niet was gedefinieerd en verder niet naar enig voorschrift voor de uitleg van deze term is verwezen. Er werd dus geen strijd met het bestemmingsplan aanwezig geacht.

 

Onder verwijzing naar de hiervoor bedoelde uitspraak oordeelde de voorzieningenrechter dat in het onderhavige geval geen sprake is van een overtreding van de planvoorschriften omdat de huisvesting van werknemers in het pand past binnen de term “wonen”, als bedoeld in de planvoorschriften.

 

In een andere zaak oordeelde de Raad van State op 13 juni 2012 dat het gebruik van het pand voor tijdelijke huisvesting van werknemers niet is aan te merken als een hotel en daarmee evenmin op één lijn is te stellen. In het betreffende bestemmingsplan had het pand de bestemming horecadoeleinden en hotel. Er was sprake van een medebestemming als woonvoorziening. Ook in dit bestemmingsplan was het begrip “wonen” niet gedefinieerd en er werd geen onderscheid gemaakt naar woonvormen. Volgens de Raad van State stond het bestemmingsplan dan ook niet in de weg aan het gebruik door een uitzendorganisatie voor het onderbrengen van haar Poolse werknemers.

 

Uit deze uitspraken kan worden opgemaakt dat het zinvol is de bestemmingsplannen na te slaan op de doeleindenomschrijving en eventuele begripsomschrijvingen. Mogelijk is er dan meer ruimte voor het gebruik dan in eerste instantie wordt gedacht.

Ook interessant