Een leugendetector-test als doorslaggevend bewijs?

In het strafrecht kwalificeert de uitslag van een leugendetector-test niet als doorslaggevend bewijs. Deze test wordt namelijk gezien als onbetrouwbaar. Hoe zit dit in een fiscale procedure? Het Hof Den Bosch nam daarover onlangs een beslissing.

Adviseur
donderdag 14 november 2019

De casus

De zaak draait om een B.V. met twee (indirecte) aandeelhouders. Deze B.V. runt een all-you-can-eat wokrestaurant. De fiscus ontdekte dat er een ‘afroommodule’ is gebruikt in het kassasysteem van dit restaurant. Dit is een stuk software die het mogelijk maakt om hele bonnen of bonregels te verwijderen uit de vastgelegde omzet. De software laat weinig sporen achter. Verwijderde gegevens kan je bijvoorbeeld niet meer achterhalen. Toch werkt de software niet helemaal geruisloos. Wanneer je namelijk het programma opstart, legt windows dit vast.

Een leugendetector-test als bewijs

De fiscus kwam na een onderzoek tot de conclusie dat er omzet is gewist. Volgens de fiscus heeft de B.V. deze omzet uitgedeeld aan de aandeelhouders. Daarom legde hij aan hen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting op.

De aandeelhouders betwisten dit. Zij stellen namelijk dat niet zijzelf maar oud-werknemers de omzet hebben verwijdert en verduisterd. De aandeelhouders voeren onder andere het resultaat van een leugendetector-test aan als bewijs. Dit werpt de vraag op of deze test kan dienen als doorslaggevend bewijs in een fiscale procedure.

Het oordeel

Het Hof besliste dat er ondanks de vrije bewijsleer geen extra gewicht kan worden gegeven aan de uitslag van een leugendetector-test. Bij deze beslissing verwijst het Hof naar gewezen arresten in het strafrecht. Hierin oordeelde de Hoge Raad dat het gebruik van een leugendetector ‘uiterst omstreden’ is vanwege de onbetrouwbaarheid. Het Hof zegt vervolgens geen reden te zien dit oordeel anders te laten luiden in een belastingzaak. Lees de gehele uitspraak hier.

Ga terug naar REIN of naar de Kennisbank.

Ook interessant