Overdracht omgevingsvergunning

Een omgevingsvergunning geldt voor eenieder die het project uitvoert waarop zij betrekking heeft (art. 2.25 Wabo). Een omgevingsvergunning heeft meestal een zaaksgebonden karakter. De vergunning is dus niet gekoppeld aan de vergunninghouder, maar volgt als het ware het project waarvoor de vergunning is verleend. Indien iemand anders het project gaat uitvoeren, kan de omgevingsvergunning dus worden overgedragen. In dit artikel vertel ik je waar je op moet letten bij de overdracht.

Juridisch Medewerker
woensdag 5 februari 2020

Spring snel naar:


Meldingsplicht

Voor de overdracht is een melding vereist aan het bevoegd gezag (art. 2.25 lid 2 Wabo). Dat ‘bevoegde gezag’ is vaak de gemeente. De melding moet daarnaast een maand voor de overdracht geschieden.

De melding heeft geen invloed op de vraag wanneer de omgevingsvergunning is overgedragen. De reden voor melding is een andere, namelijk: om de beoogde verkrijger van de vergunning te kunnen toetsen aan de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen (Wet Bibob).

Het niet voldoen aan de meldingsplicht heeft serieuze gevolgen. Dit kan namelijk worden gezien als een economisch delict.

Waar moet je op letten bij de overdracht van een omgevingsvergunning?

  • Wil degene aan wie je de omgevingsvergunning overdraagt op een andere manier te werk gaan dan is toegestaan op grond van de vergunning? Dan moet hij of zij een nieuwe vergunning aanvragen.
  • De meeste gemeentes nemen alleen aanvragen in behandeling waarbij formulieren helemaal zijn ingevuld.

Is de oorspronkelijke vergunninghouder na overdracht nog steeds belanghebbende?

Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit ten aanzien van de omgevingsvergunning. Denk bijvoorbeeld aan een besluit tot de intrekking hiervan.

Is de oorspronkelijke vergunninghouder na overdracht van de vergunning nog steeds belanghebbende? Volgens een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State kan dat het geval zijn. Bijvoorbeeld wanneer de oorspronkelijke vergunninghouder een overeenkomst heeft gesloten met de nieuwe houder over de overdracht van de vergunning. Intrekking betekent dan immers dat de oorspronkelijke vergunninghouder zijn afspraken niet kan nakomen.

Verder bevestigt de Afdeling in deze zaak de zakelijke werking van de vergunning na overdracht: “Uit artikel 2.25, tweede lid, van de Wabo volgt niet dat de melding van de overdracht aan het bevoegd gezag voor de overgang van de vergunning constitutief is, doch slechts dat de aanvrager of de vergunninghouder verplicht is de overdracht te melden.”

Hulp nodig?

Heb je een vraag over dit onderwerp? Mail mij dan gerust!

Ook interessant