Vermakelijkheidsretributie

Dit stuk gaat over de vermakelijkheidsretributie (ook wel: vermakelijkhedenretributie). Dat is een duur woord voor een belasting op vermaak. Denk hierbij aan een belasting op een kaartje voor het pretpark of museum. Deze heffing is niet nieuw. Veel gemeenten blazen deze heffing echter nieuw leven in. Voor recreatieondernemers is het daarom belangrijk om te weten hoe de vork in de steel zit.

Adviseur
woensdag 1 april 2020

Spring snel naar:

Wat is vermakelijkheidsretributie?

Vermakelijkheidsretributie is, net als de toeristenbelasting en onroerendezaakbelasting, een belasting die door de gemeente wordt geheven. Deze belasting wordt echter niet geheven van de persoon die vermaakt wordt, maar van de ondernemer die het vermaak aanbiedt. Die wijze van heffing zien we ook bij de toeristenbelasting. Het gevolg van zo’n heffing is dat de prijs die de consument moet betalen, stijgt. En recreatieondernemers weten als geen ander dat bij hoge prijzen de consument weg blijft. Kritisch blijven op de opgelegde aanslagen is daarom een must.

Aan welke voorwaarden moeten gemeenten zich houden?

Gebruik van bepaalde voorzieningen

Volgens het wetsartikel uit de Gemeentewet (voor de fijnproevers: artikel 229, eerste lid onder c) kan slechts worden geheven wanneer gebruik wordt gemaakt van de voorzieningen die door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand zijn gebracht. Oftewel: de ondernemer die belast wordt voor het aanbieden van de ‘vermakelijkheid’ moet gebruik hebben gemaakt van bepaalde voorzieningen. Deze voorzieningen kunnen zowel algemene als bijzondere voorzieningen betreffen. Met algemene voorzieningen worden bijvoorbeeld het aanleggen/onderhouden van wegen, het inzetten van politieagenten en het schoonmaken van een bepaalde plaats bedoeld.  Bijzondere voorzieningen houden rechtstreeks verband met het aangeboden vermaak. Denk hierbij aan het afzetten van de stad in verband met een concert.

Een gemeente zou al snel kunnen beredeneren dat een ondernemer die een vermakelijkheid aanbiedt, gebruik maakt van de gemeentelijke voorzieningen. Toch is het niet ondenkbaar voor de andere kant te pleiten. De grens wanneer gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke voorzieningen is daarmee redelijk vaag. Heldere jurisprudentie op dit vlak ontbreekt helaas nog.

Meerderheidsregel

Een andere spelregel waar gemeenten zich aan moeten houden is de zogeheten meerderheidsregel. Wanneer meer dan de helft van vergelijkbare gevallen niet in de heffing worden betrokken, mag geen belasting worden geheven. Dit is nog een punt waarop gemeenten de mist in kunnen gaan. Sterker nog: hierop ging het in het verleden vaak mis. Zo werden in de gemeente Amsterdam toeristische rondvaarten belast. Eén van de organisaties die de rondvaarten aanbood, kon aantonen dat lang niet elke rondvaart in de belastingheffing werd betrokken. Er waren gewoonweg teveel kleine partijen die niet zichtbaar waren voor de gemeente. Daarmee gingen de aanslagen van tafel.

Welk vermaak valt onder de vermakelijkheidsretributie?

Wat onder een vermakelijkheid moet worden verstaan, blijft ook giswerk. De oude wettekst omschreef de vermakelijkheidsretributie als ‘een belasting op toneelvoorstellingen en andere vermakelijkheden’.  Duidelijk mag zijn dat kaartjes voor een museum of pretpark als een vermakelijkheid zullen worden bestempeld. Ik vraag mij echter af of bijvoorbeeld een bezoekje aan het spookhuis op de kermis een vermakelijkheid is. Wat valt onder een belaste vermakelijkheid en wat niet?

Uit het bovenstaande blijkt dat zo’n heffing veel haken en ogen kent. Gemeenten zijn zich lang niet altijd bewust van de vele spelregels waar ze zich aan moeten houden. Omdat ze dat niet weten, houden ze zich er ook niet vaak aan. Krijg je een aanslag vermakelijkhedenretributie, of gaat jouw gemeente deze belasting invoeren? Zorg dat je weet waar jouw rechten liggen en maak tijdig bezwaar!

Hulp nodig?

Heb je vragen over dit onderwerp? Of wil je weten hoe jij kunt besparen op gemeentelijke belastingen? Neem dan gerust contact met mij op.

Ook interessant