3 besparingstips voor recreatieondernemers: WOZ, OZB en meer

Elk jaar vallen in februari/maart de WOZ-beschikkingen en de daarop gebaseerde aanslagen weer op de deurmat. De ervaring leert dat op dit gebied nog steeds veel misgaat. Daardoor kan je fors besparen op de aanslagen. Ook in de maanden november en december van het afgelopen jaar kreeg ik vanuit het hele land weer verzoeken de aanslagen op juistheid te beoordelen. In 85% van de gevallen bleken de aanslagen veel te hoog. In deze blog licht ik drie gronden toe die regelmatig zorgen voor een flinke besparing.

Adviseur
dinsdag 30 juni 2020
Besparen bij stacaravan/chalet: wie betaalt de WOZ en hoeveel?

Besparingsgrond 1: chalet en stacaravan zijn ‘woning’ voor de WOZ/OZB

In september van 2016 besliste de Hoge Raad dat chalets/stacaravans een ‘woning’ zijn in het kader van de WOZ/OZB. Desondanks slaat men recreatieparken vaak aan met het niet-woningentarief. Dat is onterecht.

Bij herstel van deze fout, worden de aanslagen wegens eigendom gehalveerd en vervallen de aanslagen wegens gebruik helemaal. Dat levert grote besparingen op.

Als de bezwaartermijn al is verstreken, kan je een verzoek doen tot zogeheten ambtshalve vermindering. Doorgaans hanteren gemeenten daarvoor een termijn van drie jaren. Een besparing van drie maal € 80.000 is tenslotte ook serieus geld.

Besparingsgrond 2: waarde van het chalet/stacaravan

Vaak is er sprake van onjuiste objectafbakening van stacaravans/chalets. De waarde van een onjuist afgebakend object wordt onder omstandigheden verlaagd. Hoe zit dat eigenlijk? In de uitspraak van de rechtbank wordt het uitgelegd. Als de campingexploitant de eigenaar van de grond is en een particulier zet hier een chalet/stacaravan op, dan is het meestal zo dat deze bestemd zijn om duurzaam ter plaatse te blijven staan. Daarmee zijn die chalets/stacaravans onroerend. In de optiek van de rechtbank speelt het feit dat de chalets/stacaravans zijn gekocht, geplaatst en betaald door de huurders van de standplaatsen geen rol.

De rechtbank oordeelt dat de campingexploitant daarom de genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de stacaravans/chalets.  De rechtbank oordeelt dat de stacaravans/chalets tezamen met het perceel één object vormen. Als men dit in de aanslagen niet zo heeft afgebakend, is de zogenaamde objectafbakening onjuist en kan naar mijn mening een aanslag alleen om die reden al niet in tact blijven. De Hoge Raad is helaas een andere mening toebedeeld. Maar dat neemt niet weg dat de waarde van het onjuist afgebakende object onder die omstandigheden kan worden verlaagd. Het helpt bovendien bij het doorberekenen van dergelijke kosten aan de huurders van de vaste staplaatsen, mits de algemene voorwaarden hiertoe maar juist geredigeerd zijn.

Besparingsgrond 3: forensenbelasting en/of toeristenbelasting?

In de praktijk zie ik regelmatig dat aanslagen toeristenbelasting worden opgelegd, terwijl aanslagen forensenbelasting opgelegd hadden moeten worden. Dat komt door het belastbare feit en de relevante vrijstellingsbepalingen in de beide verordeningen. Dergelijke fouten verdienen geen genade in de rechtspraak: de aanslagen gaan gewoon terug naar nihil.

Hulp nodig?

Uit het bovenstaande blijkt dat het loont om de opgelegde aanslagen onroerendezaakbelasting (OZB), toeristenbelasting (TB) en forensenbelasting (FB) kritisch te laten beoordelen. Heb je een vraag over dit onderwerp of wil je je aanslagen laten controleren? Bel of mail mij dan gerust.

Ook interessant