Recent stond collega Angela Melsen met succes de gedaagde partij bij in een IE-procedure bij de rechtbank Den Haag over de bescherming van rotanmanden (ECLI:NL:RBDHA:2026:12453).

De zaak: twee rotanmanden, één belangrijk verschil
Gedaagde, Van der Sar Import B.V., brengt vanuit Indonesië duurzame rotanmanden op de markt, met oog voor mens en milieu. Het bedrijf was eerder te zien in Keuringsdienst van Waarde, waar aandacht werd besteed aan de duurzame productiewijze.
In deze zaak ging het om de zogenoemde Water Baskets: rotanmanden die zijn gevlochten rond een plastic binnenpot en zijn voorzien van een gevlochten rotan bodem. Deze manden waren te zien in een televisie-uitzending die op Nederlands grondgebied werd opgenomen.
Daartegenover stond eiseres. Zij verkoopt al jaren de zogenoemde Drypot-manden. Ook deze manden zijn gevlochten rond een binnenpot, maar hebben juist géén gevlochten bodem. Dat is gedaan om rotting te voorkomen. Voor deze manden heeft zij verschillende ingeschreven Uniemodellen die ook in Nederland bescherming genieten.
De vordering: modelrecht, auteursrecht en slaafse nabootsing
Volgens eiseres maakte de vertoning van de Water Baskets in Nederland inbreuk op haar modelrechten. Daarnaast stelde zij dat sprake was van auteursrechtinbreuk en slaafse nabootsing (artikel 6:162 BW).
De vorderingen waren verstrekkend. Eiseres vroeg onder meer om een verbod, een recall, een opgave van afnemers, afgifte van producten en een schadevergoeding.
Waar draaide de zaak om?
Angela voerde gemotiveerd verweer. De kern van haar betoog was dat de beschermingsomvang van een ingeschreven model niet alleen wordt bepaald door de registratie zelf, maar ook door wat het model onderscheidt van het bestaande vormgevingserfgoed.
En juist dat vormgevingserfgoed is bij gevlochten manden omvangrijk. Dit type product bestaat al jarenlang en kent veel vergelijkbare ontwerpen.
Aan de hand van historische vlechtwerken en vakliteratuur werd betoogd dat slechts één kenmerk afwijkt van het bestaande vormgevingserfgoed: het ontbreken van een gevlochten bodem. De overige vormgevingselementen kwamen al eerder gezamenlijk voor in bestaande ontwerpen.
Het eigen karakter van de Drypot-manden ligt daarom in het ontbreken van de bodem.
Geen sprake van modelinbreuk
Precies dat onderscheidende kenmerk ontbreekt bij de Water Baskets. Deze manden hebben namelijk wél een doorgevlochten bodem.
De rechtbank volgde dit standpunt. Door dit wezenlijke verschil wekken beide manden bij de geïnformeerde gebruiker een andere algemene indruk. Van modelinbreuk was daarom geen sprake.
Ook de auteursrechtelijke grondslag hield geen stand. De gestelde beschermde trekken lagen namelijk in hetzelfde onderscheidende element dat niet was overgenomen. Daardoor bestond onvoldoende overeenstemming.
Ook de vordering wegens slaafse nabootsing werd afgewezen. Volgens de rechtbank was geen sprake van nodeloze verwarring, omdat gedaagde zich op een essentieel punt duidelijk had onderscheiden.
Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?
Deze uitspraak laat zien dat een ingeschreven model geen onbeperkt monopolie oplevert. De beschermingsomvang wordt mede bepaald door de kenmerken die het model daadwerkelijk onderscheiden van het bestaande aanbod.
Voor ondernemers die worden geconfronteerd met omvangrijke IE-vorderingen is het daarom belangrijk om de beschermingsomvang van een model zorgvuldig te onderzoeken en goed onderbouwd verweer te voeren.
Hulp nodig bij een IE-geschil?
Heb je een geschil over modelrechten, auteursrechten, slaafse nabootsing of andere intellectuele eigendomsrechten? Neem gerust contact op met Angela Melsen voor advies!
Angela Melsen
Advocaat