CONCURRENTEN EN BEROEP TEGEN BESTEMMINGSPLAN

Stel, je exploiteert een supermarkt en een concurrent verkrijgt in het nieuwe bestemmingsplan op een perceel de aanduiding “supermarkt”. Of er is sprake van detailhandel, terwijl het bestemmingsplan dat ter plaatse niet toestaat. Je wilt dit tegengaan.  De gemeente werpt tegen dat het bestemmingsplan niet dient om concurrentieverhoudingen te regelen. Sta je dan als concurrent buiten spel?

 

Ingrijpen in concurrentieverhoudingen mag niet

Het is juist dat bestemmingsplannen ruimtelijke instrumenten zijn en geen economische instrumenten. Het enkele gegeven dat het toestaan van detailhandel wellicht ten koste gaat van de verkoop elders hoeft geen aanleiding te zijn voor de gemeenteraad om de mogelijkheden voor detailhandel verder te beperken, aldus de bestuursrechter in een uitspraak van 11 april 2012.

 

Wat kan een concurrent dan wel aanvoeren? Bij bestemmingsplannen gaat het om het reguleren van ruimtelijke aspecten, zoals het verkeer, parkeren, het milieu, stedenbouw en onder omstandigheden ook langdurige leegstand. Verder kan aan de orde worden gesteld “duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau”.

 

Duurzame ontwrichting van voorzieningenniveau kan wel worden getoetst

De toets voor het aannemen van duurzame ontwrichting is overigens zeer streng. Dit belang strekt bovendien niet tot bescherming van winkeliers, maar tot bescherming van de consument. Duurzame ontwrichting kan zich alleen voordoen ingeval van eerste levensbehoeften. Doorslaggevend is of inwoners van een bepaald gebied niet langer op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften, aldus de hoogste bestuursrechter in een uitspraak van 18 september 2013.

 

Ontheffing van parkeernormen?

Wanneer een concurrent aanvoert dat er ten onrechte ontheffing is verleend van de parkeernormen van de Bouwverordening, dan gaat het weliswaar om een relevant ruimtelijk aspect, maar ook dan zal hij in beroep buiten spel worden gezet. Recent oordeelde de hoogste bestuursrechter dat deze beroepsgrond niet mocht worden getoetst, omdat de ontheffing van de Bouwverordening niet is bedoeld om het concurrentiebelang te beschermen. Dit houdt verband met de invoering van het zogenaamde “relativiteitsvereiste” op 1 januari 2013.

 

Relativiteitsvereiste

Dit relativiteitsvereiste houdt in dat er een verband moet bestaan tussen de beroepsgrond die wordt aangevoerd en de achterliggende reden om een besluit in beroep aan te vechten. Alleen dan kan de rechter het besluit vernietigen. Dit past in het kader van een slagvaardiger bestuursprocesrecht. De wetgever heeft een aantal aanpassingen doorgevoerd om geschillen vaker definitief te beslechten. Vanaf 1 januari 2014 geldt dat alleen nog degenen die door een besluit echt in hun rechtspositie zijn aangetast toegang tot de bestuursrechter hebben. De rechter moet in dat kader vaststellen wat het beschermingsbereik is van de norm die volgens de degene die beroep heeft ingesteld, wordt geschonden. Dat is overigens niet altijd gemakkelijk. Maar gaat het om concurrentiebelangen, dan zijn dat in de regel geen belangen die door de ruimtelijke regels worden beschermd.

 

Concurrent buiten spel?

Maar staat een concurrent dan helemaal buiten spel? Nee, niet indien er een beroep kan worden gedaan op bijvoorbeeld het gemeentelijk detailhandelsbeleid. Dat beleid kan zijn gericht op het tegen gaan van leegstand en het laten floreren van het winkelgebied. Wanneer je dan in beroep aantoont dat er al sprake is van leegstand en dat de nieuwe supermarkt zal leiden tot nog meer leegstand, dan zal het relativiteitsvereiste niet in de weg staan aan behandeling van het beroep. Dan gaat het immers om negatieve gevolgen voor het ondernemersklimaat en dat is een belang dat wordt beschermd door het detailhandelsbeleid van de gemeente. Het relativiteitsvereiste staat dan niet in de weg aan vernietiging van het bestemmingsplan. Dit kan ondermeer worden afgeleid uit de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 16 april 2013.

 

De inhoud van het detailhandelsbeleid is ook om deze reden relevant voor detaillisten. Het verdient dan ook aanbeveling om niet alleen de ruimtelijke besluiten van de overheid kritisch te bekijken, maar ook het (detailhandels)beleid dat daaraan voorafgaat.

 

Het relativiteitsvereiste is vrij nieuw. Er zal nog vaak worden geprobeerd om concurrenten met een beroep op dit vereiste buiten de deur te houden.

 

Neem voor vragen of opmerkingen gerust contact op met Mirjam Litjens, advocaat bestuursrecht en bouwrecht. Zij is te bereiken via litjens@rein.nl of 0592 345 188.

Ook interessant


Notice: Undefined offset: 0 in /srv/www/r/rein.nl/vhosts/www/htdocs/wp-content/themes/rein/partials/single/more-news.php on line 6

Notice: Trying to get property of non-object in /srv/www/r/rein.nl/vhosts/www/htdocs/wp-content/themes/rein/partials/single/more-news.php on line 6
KVK: 01140349 BTW-nummer: 801625439B01