INTEGRATIEHEFFING OVER EIGEN GROND ONRECHTMATIG?

In de praktijk doen zich nogal eens problemen voor bij ondernemers die vrijgestelde prestaties in de zin van de btw verrichten en op eigen (al dan niet recent aangeschafte) grond gebouwen realiseren of laten realiseren. Onder dergelijke omstandigheden leidt de integratieheffing tot een extra btw-heffing van 19% over de waarde van de grond. De grond is immers al eerder belast geweest met btw en/of voor vrijgestelde prestaties in gebruik genomen. Op 13 mei 2011 heeft ons hoogste nationale rechtscollege, de Hoge Raad, aan het Europese Hof van Justitie de vraag gesteld of deze belastingheffing zich verdraagt met Europese regelgeving.

In de voorgelegde casus was de belanghebbende een gemeente die zich onder meer bezighield met de van btw vrijgestelde verhuur van sportvelden aan sportverenigingen. De gemeente heeft in die situatie aan een aannemer een opdracht gegeven voor haar rekening een kunstgrasveld aan te leggen. Uitgaande van de vrijgestelde verhuur heeft de gemeente volstaan met het niet in aftrek brengen van de btw die drukte op de aanleg van het kunstgrasveld.

 

In de optiek van de inspecteur was de gemeente echter de integratieheffing verschuldigd bij de ingebruikneming van het kunstgrasveld en hij heeft de gemeente in die situatie dan ook een naheffingsaanslag opgelegd. Omdat naar het oordeel van de Hoge Raad onduidelijk is wat precies met de integratieheffing wordt beoogd, wil de Hoge Raad van het Europese Hof weten hoe de integratieheffing dient te worden uitgelegd.

 

Het vorenstaande impliceert dat als de gemeente in casu in het gelijk wordt gesteld, een besparing van 19% over de waarde van de grond wordt gerealiseerd. Onder dergelijke omstandigheden is het voor ondernemers die recentelijk een integratieheffing hebben aangegeven of binnenkort moeten aangeven in ieder geval gewenst hier – ter bewaring van rechten – tijdig bezwaar tegen te maken.

 

Indien je meer wilt weten over de integratieheffing neem dan contact op met Rein.

Ook interessant