WIJZIGING JURISPRUDENTIE RVS RELEVANT VOOR DETAILHANDEL

Bij het opstellen van bestemmingsplannen mogen slechts ruimtelijke aspecten worden betrokken bij de belangenafweging. Concurrentieverhoudingen spelen dan in beginsel geen rol, tenzij zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau zal voordoen die niet door dwingende redenen wordt gerechtvaardigd. De Raad van State heeft een belangrijke uitspraak gedaan voor de praktijk!

Voor de vraag of er een duurzame ontwrichting zal ontstaan komt geen doorslaggevende betekenis toe aan de vraag of overaanbod in het verzorgingsgebied en mogelijke sluiting van bestaande detailhandelsvestigingen zal ontstaan. Wel relevant is of voor de inwoners van een bepaald gebied niet een voldoende voorzieningenniveau behouden blijft: kunnen zij op een aanvaardbare afstand van hun woonplaats hun dagelijkse en/of geregelde boodschappen doen.

In de uitspraak van 18 september 2013 heeft de Raad van State het criterium of er sprake zal zijn van “duurzame ontwrichting van het voorzieningenniveau” aangescherpt. Doorslaggevend wordt geacht of inwoners van een bepaald gebied op een aanvaardbare afstand van hun woning kunnen voorzien in hun eerste levensbehoeften.

Wat betekent deze uitspraak voor de praktijk?

Ten eerste dat van duurzame ontwrichting geen sprake meer zal zijn als de toename van het winkeloppervlak betrekking heeft op detailhandel die niet in eerste levensbehoeften voorziet. In de hiervoor genoemde uitspraak ging het om de vestiging van een Intertoyswinkel. Een speelgoedwinkel ziet volgens de RvS kennelijk niet op eerste levensbehoeften. Wat wel of niet valt onder eerste levensbehoeften zal volgende jurisprudentie moeten uitwijzen.

Ten tweede wordt het voor een gemeente veel moeilijker om op enkel economische motieven bepaalde detailhandel in bepaalde gebieden te weren.

Ook interessant